Winter!
Honden:
Doordat wij de kachel in huis aan hebben, is het in de winter ook binnen lekker warm. Veel honden krijgen daarom geen echte wintervacht meer. Voor de meeste is dat geen probleem, maar voor sommige dun behaarde rassen en oude of zieke honden kan bescherming tegen vrieskou door middel van een dekje nodig zijn.
In het algemeen geldt dat honden die buiten lekker actief zijn voldoende warm blijven. Als uw hond gaat rillen, dan heeft hij het koud. Vooral kleine honden hebben het snel koud.
Laat uw hond niet met een natte vacht buiten, een natte vacht isoleert slecht. En kunnen ze ziek worden. Laat uw huisdier bij vrieskou niet in een auto achter daar wordt het namelijk net zo koud als buiten. Bovendien kunnen ze zich in de auto niet voldoende bewegen om warm te blijven.
Veel honden vinden sneeuw erg leuk! Sneeuwballen gooien hoort daar natuurlijk echt bij. Echt winterplezier! U kunt dit alleen beter niet met uw hond doen. Veel honden bijten de sneeuwbal kapot en eten hem op. Dit kan maag- en darmklachten veroorzaken.
Sommige dappere honden gaan graag het ijs op, maar kunnen niet inschatten of het ijs te dun is. Als een hond door het ijs zakt, kan hij er vaak moeilijk zelf weer uit komen: de spieren zijn door de kou al snel niet meer zo flexibel en er is nauwelijks houvast. Ook worden er bij een reddingspog ing mensen in gevaar gebracht. U kunt dus beter uw hond op het droge houden zolang u niet zeker weet of het ijs dik genoeg is.
Als de wegen glad zijn, wordt er gestrooid met pekel. Het zout kan irritatie van de voetzooltjes geven. Dit kunt u voorkomen door de voetzooltjes voor het uitlaten even in te smeren met vaseline. Bij thuiskomst kunt u de voeten afspoelen met lauw water en vervolgens even goed afdrogen.
Katten:
Katten kunnen ook ’s winters gewoon naar buiten, zolang u ervoor zorgt dat ze altijd naar binnen kunnen via bijvoorbeeld een kattenluikje. Een kat zal wanneer het buiten te koud is uit zichzelf weer een warme plaats opzoeken. Als de kat niet naar binnen kan, bestaat het risico dat ze andermans garage opzoekt en daar per ongeluk opgesloten wordt.
Veel kattenluikjes werken op magneetjes. Het is verstandig om zulke luikjes voor de winter de magneetjes te controleren.
Katten gaan graag onder een warme auto zitten. Check in de winter daarom, voordat u de auto start, altijd even of er geen kat onder de auto zit of geef even een klopje op de motorkap. Omdat katten in de wintermaanden meer tijd binnen doorbrengen, zullen ze ook vaker hun behoefte op het kattentoillet doen in plaats van buiten. U moet misschien de kattenbak wat vaker verschonen.
Konijnen:Volwassen konijnen kunnen makkelijk het hele jaar door buiten worden gehouden. Als ze aan buiten gewend zijn, krijgen ze een lekkere dikke vacht waarmee ze zich ook bij strenge vorst warm kunnen houden. Zorg wel voor een dikke laag stro en een nachthok dat wind- en waterdicht is. Zet de konijnenwoning zo dat er geen noordenwind in kan waaien. Als het erg hard vriest en waait, is het verstandig om vooral ’s nachts ook het open deel van de woning af te schermen met bijvoorbeeld plexiglas of een deken zodat er geen koude wind in waait. Natuurlijk moet er wel lucht in het hok kunnen komen dus dek niet de hele voorkant af. Konijnen zijn gezelschapsdieren en vinden het dus leuker met z'n tweeën dan alleen. Ook kunnen ze elkaar lekker warm houden.
Heeft u een hok met een ren daar aan vast, dan kunt u de konijnen zelf laten kiezen waar ze willen lopen. Veel buitenkonijnen vinden sneeuw leuk. Ze zullen zelf hun hok weer in gaan als ze het te koud krijgen.

|
Belangrijk!
Controleer het drinkwater tenminste twee keer per dag en vervang het zodat het niet bevriest. Drinkflesjes zijn met vorst minder handig, omdat het drinktuitje snel vastvriest. Een waterbak in het binnenhok bevriest minder snel. In de dierenspeciaalzaak kunt u druivensuiker kopen. Dit zorgt ervoor dat het drinkwater minder snel bevriest. Ook geeft druivensuiker extra energie aan u konijn, ze kunnen hun lichaamstemperatuur dan beter op peil houden. Een andere optie is een thermohoes voor over de drinkfles.
Ook te verkrijgen in de dierenspeciaalzaak.
Neem buitenkonijnen ’s winters niet steeds mee naar binnen; konijnen kunnen namelijk slecht tegen temperatuurwisselingen.
Vogels:
Voor volièrevogels zijn vocht en tocht de grootste vijanden. Om ze daartegen te beschermen kunt u een deel van het gaas afdekken met plastic. In de winter verbruiken de vogels meer energie om zich warm te houden; geef daarom extra krachtvoer.
Kippen en ander pluimvee voelen zich prima in de winter, maar als het erg koud is moeten ze wel kunnen schuilen in een droog en tochtvrije woning. De woning moet voldoende groot zijn en er moeten voldoende nestplaatsen aanwezig zijn voor alle dieren. Bij kippen bestaat er wel een risico op bevriezing van kam en lellen. Om dit te voorkomen kunt u bij vorst de kam en lellen preventief insmeren met vaseline.
Vijvervissen:
De meeste vijvervissen kunnen in een vijver met voldoende planten en een diepte van minstens 80 cm overwinteren. Bij minder diepe vijvers kan de vijver tot op de bodem dichtvriezen. Bij goudvissen moet u extra opletten. Volwassen vissen kunnen in voldoende diepe tuinvijvers de winter doorbrengen. De watertemperatuur moet dan niet beneden 6oC dalen. Jonge goudvissen hebben nog te weinig vetreserves en moeten binnen in huis overwinteren bij een temperatuur van ongeveer 20oC en moeten wel gevoerd worden. Vissoorten die uit de goudvis zijn gekweekt, zoals sluierstaarten, telescoopogen en leeuwenkoppen, moeten tijdens de winter ook naar binnen. Vanaf half april kunnen goudvissen weer de vijver in.
Zorg voor voldoende waterplanten in de vijver die ook in de winter groen blijven, zoals penningkruid, klein sterrenkroos en bronmos. Deze bieden niet alleen een beschutte rustplaats, maar produceren ook zuurstof. Als de vijver bevroren is en er sneeuw op het ijs ligt, moet u dit verwijderen. De vijverplanten hebben namelijk daglicht nodig om zuurstof te produceren. Verwijder in de hefst de gevallen bladeren uit de vijver. Bladafval kan namelijk zorgen voor verzuring van het water.
Houd altijd een deel van de vijver open. In de dierenspeciaalzaak kunt u een ijsvrijhouder kopen zodat uw vijver niet helemaal bevriest.
De meeste inheemse vissoorten liggen in de winter met de buik op de bodem tussen planten, stenen en wortels. Bij een watertemperatuur lager dan 5oC nemen ze helemaal geen voedsel meer op en daalt hun hartslag tot slechts enkele slagen per minuut. In het algemeen moet u bij een watertemperatuur lager dan 10oC (vanaf ongeveer september) geen voer meer geven, omdat dan de spijsvertering zo traag is dat het voer indikt (‘versteent’) en de vis het niet overleeft. In april of mei wanneer de watertemperatuur weer gestegen is tot 10oC of meer, kan weer gestart worden met voeren.
Waarschuwing!
Vergiftigingen door antivries (ethyleenglycol)komen vaak voor. Alle dieren zijn gevoelig voor ethyleenglycol vergiftiging, maar honden en katten zijn het vaakst slachtoffer. Antivries heeft een voor honden een heerlijk zoete geur en smaak. Katten kunnen antivries opnemen wanneer ze door gemorst antivries heenlopen en vervolgens de poten gaan schoonlikken. Antivries is al in hele kleine doseringen giftig. Verschijnselen, zoals braken, veel drinken, veel plassen, sloom en een dronkemansgang, treden bijna onmiddellijk na opname op. Omdat er bij een antivriesvergiftiging geen tijd te verliezen is, moet u direct contact opnemen met uw dierenarts.
|